Onafhankelijke vergelijkingWij verkopen zelf nietsVoor elke vachtsoort

Hoe vaak moet je je hond borstelen? Per vachttype uitgelegd

Hoe vaak moet je je hond borstelen? Per vachttype uitgelegd
In dit artikelHoe vaak moet je je hond borstelen?Korte gladde vacht: minder vaak, maar niet nooitLange vacht: dagelijks, en van onderafDubbele vacht: de ondervacht is het echte werkRuiperiode: twee keer per jaar geldt alles dubbelZo borstel je zonder dat je hond het vervelend vindtVier fouten die maken dat je wel borstelt maar weinig bereiktKort samengevat

Je hebt een borstel in huis, je gebruikt hem trouw als de vacht er rommelig uitziet, en toch ligt de bank vol haar en zitten er klitjes achter de oren. De vraag is dan meestal niet welke borstel je hebt, maar hoe vaak je hem pakt en of je wel tot op de huid komt.

Hoe vaak je je hond moet borstelen hangt af van drie dingen: de lengte van de vacht, of er een ondervacht onder zit, en of je hond op dat moment ruit. Een gladharige hond red je met een kwartier per week. Een hond met een dikke dubbele vacht heeft in de ruiperiode dagelijks tien minuten nodig, en wat je daar laat liggen haal je later niet meer in.

Hieronder staat per vachttype hoe vaak het moet, hoe je het doet zonder dat je hond het vervelend gaat vinden, en welke fouten ervoor zorgen dat je wel borstelt maar weinig bereikt.

Hoe vaak moet je je hond borstelen?

Buiten de ruiperiode om houd je deze vuistregels aan:

  • Korte, gladde vacht: een tot twee keer per week, vijf tot tien minuten.
  • Korte vacht met ondervacht: twee tot drie keer per week.
  • Halflange vacht: drie keer per week, en dagelijks even de broek en de oren.
  • Lange vacht: elke dag, tien tot vijftien minuten.
  • Krul- of wolvacht die niet ruit: elke dag, en om de zes tot acht weken naar de trimmer.

Die getallen lijken hoog, maar het gaat om korte beurten. Vijf minuten per dag werkt beter dan een half uur op zondag, omdat je klitten dan te pakken krijgt terwijl ze nog los zitten. Een klit die een week heeft gezeten kam je er niet meer uit.

Korte gladde vacht: minder vaak, maar niet nooit

Een hond met een korte gladde vacht en weinig ondervacht verliest het hele jaar door een beetje haar, zonder duidelijke pieken. Twee keer per week is genoeg, en je kunt daarvoor een rubberen borstel of een zachte massagehandschoen gebruiken. Die pakt losse haren op en masseert tegelijk de huid, wat de doorbloeding en de vetverdeling helpt.

Werk met korte, ronde bewegingen en druk niet hard. Bij een korte vacht zit er nauwelijks buffer tussen de borstel en de huid, dus harde metalen pennen zijn hier niet nodig en meestal onprettig. Welke modellen daarbij passen zie je bij onze borstels voor een korte vacht.

Denk niet dat je met een korte vacht klaar bent. Juist bij deze honden zie je haren overal terug, omdat ze kort en stug zijn en zich in stof vastzetten. Twee keer per week borstelen scheelt daar merkbaar in.

Furminator deshedding dog undercoat XL long hair
Beste keuze ondervachtborstel
★★★★★5,0vanaf € 49,01 bij Bol.com
Bekijk product →

Lange vacht: dagelijks, en van onderaf

Bij een lange vacht is borstelen geen cosmetische klus maar onderhoud. Klitten vormen zich op de plekken waar de vacht langs zichzelf wrijft: achter de oren, in de oksels, in de liezen, aan de achterkant van de achterpoten en onder de halsband. Precies die plekken vergeet je het snelst, want ze zien er van bovenaf prima uit.

Werk daarom in laagjes. Til de vacht met je vrije hand op, borstel het onderste laagje van de huid naar buiten, laat een stukje vacht zakken en herhaal. Zo kom je echt tot op de huid in plaats van alleen over de bovenlaag te strijken. Ga daarna met een kam door dezelfde plek; blijft de kam nergens haken, dan is dat stuk klaar. Voor de juiste tanden en lengte kijk je bij de kammen en borstels voor een lange vacht.

Dubbele vacht: de ondervacht is het echte werk

Honden met een dubbele vacht hebben een ruige, waterafstotende bovenlaag en daaronder een dichte, wollige ondervacht die isoleert. Die ondervacht is waar het misgaat. Dood haar blijft er in vastzitten, wordt vochtig en gaat vilten, en dan zit er een deken op de huid die geen lucht doorlaat.

Een gewone borstel komt daar niet doorheen. Je hebt gereedschap nodig dat de bovenlaag opzij duwt en de losse ondervacht eruit trekt zonder de bovenlaag te knippen. Twee tot drie keer per week is buiten de rui genoeg; wat daar het beste voor werkt staat bij onze borstels voor de ondervacht.

Scheer een dubbele vacht overigens niet zomaar kort. Die twee lagen samen werken als isolatie tegen kou en tegen hitte, en na het scheren groeit de ondervacht vaak sneller terug dan de bovenlaag. Dat maakt het probleem groter, niet kleiner.

Ruiperiode: twee keer per jaar geldt alles dubbel

In het voorjaar en het najaar wisselt je hond zijn vacht, en bij een dubbele vacht komt dat er in weken uit in plaats van maanden. Het is de periode waarin mensen ineens denken dat er iets mis is, terwijl het gewoon de seizoenswissel is. Wat je in die weken doet bepaalt hoeveel haar er in huis belandt.

Ga tijdens de rui naar dagelijks borstelen, buiten of op een plek die je makkelijk schoonmaakt. Tien minuten is genoeg als je het elke dag doet. Sla je drie dagen over, dan is de ondervacht in die tijd al aan het vilten begonnen en ben je een half uur kwijt aan iets wat pijnlijk is voor je hond.

Een goede volgorde helpt: eerst de dode ondervacht eruit, dan pas eventueel wassen. Andersom werkt averechts, want water laat losse haren samenklonteren tot een mat die je er daarna nauwelijks nog uit krijgt. Datzelfde principe geldt bij klitten, en het is de reden dat wassen bij ons altijd na het borstelen komt; hoe je die badbeurt zelf aanpakt lees je bij het wassen van je hond.

Zo borstel je zonder dat je hond het vervelend vindt

Veel honden vinden borstelen niet leuk omdat het ooit pijn heeft gedaan. Eén keer flink doortrekken door een klit is genoeg om er jaren last van te hebben. Bouw het daarom op alsof je opnieuw begint.

  1. Begin op een plek die je hond prettig vindt, meestal de borst of de schouder, niet meteen de staart of de poten.
  2. Houd de vacht vlak boven de plek waar je borstelt vast met je vrije hand. Dan trekt de borstel aan je hand en niet aan de huid.
  3. Werk in korte sessies. Twee keer drie minuten met een pauze ertussen levert meer op dan één sessie van tien.
  4. Stop op een goed moment, niet als je hond het al zat is. Eindig met iets prettigs, bijvoorbeeld even met de handschoen over de rug.

Kom je een klit tegen, trek dan niet. Houd de haren vast tussen de klit en de huid, plak de klit met je vingers uit elkaar en werk hem van de punt naar de wortel los. Lukt dat niet, dan is knippen of de trimmer een betere afloop dan doorzetten.

Vier fouten die maken dat je wel borstelt maar weinig bereikt

Deze vier zie je het vaakst, en ze zijn alle vier makkelijk te vermijden.

  • Alleen over de bovenlaag strijken. Het ziet er meteen netjes uit, maar de dode ondervacht en de beginnende klitten zitten eronder. Werk in laagjes.
  • Op een droge, statische vacht werken. Een klein beetje vachtspray of een vochtige doek maakt het haar soepeler en scheelt trekken.
  • De lastige plekken overslaan. Oksels, liezen, achter de oren en onder de halsband zijn precies waar het misgaat, en precies waar je hond het minst geduld heeft.
  • Het verkeerde gereedschap voor de vacht. Een kam met wijde tanden komt niet door een ondervacht; een fijne kam blijft in een lange vacht steken. Kies op vachttype, niet op wat er in de la ligt.

Wordt de vacht na een wandeling vaak vies of zit er zand en modder in, dan borstel je pas als het droog is. Nat zand schuurt en maakt van een losse pluk zo een klit. Honden die veel in en uit een hondenkar of buggy gaan hebben daar extra last van, want de wrijving tegen de wanden werkt de vacht in de war.

Kort samengevat

Hoe vaak je je hond borstelt hangt af van de vacht en niet van hoe vies hij eruitziet. Een korte gladde vacht heeft genoeg aan twee keer per week, een lange vacht wil dagelijks een korte beurt, en een dubbele vacht draait om de ondervacht in plaats van om de bovenlaag. In de ruiperiode gaat alles naar dagelijks.

Belangrijker dan de frequentie is dat je tot op de huid komt en dat je hond het prettig blijft vinden. Werk in laagjes, houd de vacht vast zodat je niet aan de huid trekt, en stop voordat je hond het zat is. Kom je tijdens het borstelen zwarte korreltjes tegen die op nat papier roodbruin uitlopen, kijk dan even bij onze uitleg over vlooien herkennen, want dan is er iets anders aan de hand.

Kun je een hond te vaak borstelen?

Dagelijks borstelen kan geen kwaad zolang je zacht werkt en het juiste gereedschap gebruikt. Wat wel kwaad kan is te hard drukken of steeds met een fijne metalen borstel over dezelfde plek gaan: dan krijg je borstelbrand, een rode geirriteerde huid. Zie je roodheid, sla die plek een paar dagen over en werk daarna met een zachtere borstel.

Moet je een hond voor of na het wassen borstelen?

Altijd ervoor. Water laat losse haren en beginnende klitten samentrekken tot een vilt dat je er daarna nauwelijks nog uit krijgt. Borstel de vacht dus eerst helemaal klitvrij, was daarna, en ga er als de vacht droog is nog een keer doorheen.

Waarom blijft mijn hond haar verliezen ook al borstel ik elke dag?

Meestal omdat je de bovenlaag borstelt en niet de ondervacht. Dood haar zit onderin en komt met een gewone borstel niet mee. Een tweede reden is de periode: in het voor- en najaar wisselt de vacht compleet, en dan is een paar weken extra haar normaal. Blijft het maandenlang overvloedig met kale plekken erbij, laat de huid dan door je dierenarts bekijken.

Vanaf welke leeftijd kun je een pup borstelen?

Zodra hij thuis is. Het gaat in het begin niet om de vacht maar om de gewenning: een halve minuut met een zachte borstel, een paar keer per week, met iets lekkers erna. Een pup die borstelen normaal vindt, laat zich op zijn zesde nog steeds zonder gedoe ontklitten.

Redactie Hondenkam.nlGeschreven door de redactie van Hondenkam.nl. Wij vergelijken hondenkammen op type, tandafstand en vachtsoort, en verkopen zelf niets. Bijgewerkt 7 september 2026.
Hoe wij vergelijken →